Mijn foto

Laatste reacties

  • Bianca Een einde aan de onzekerheid
  • Nicole Ohh.. :-( Arme poes! En arme
  • José He, wat naar... Heel veel st
  • Laura Aah.. ik moet zelfs een traa
  • Daphné Mijn innige deelneming... D
  • Esther He, wat rot voor jullie zeg!
  • Eva ahhhhh... is die lieverd doo
  • Joska :( T was zo'n schatje! Jull
  • Bert "Enkele bezoekers zitten ach
  • Alieke lieve Hann, alle baby's zij

« april 2009 | Hoofdmenu | juni 2009 »

28 mei 2009

Autoloos gefrustreerd

Dat het leven zonder auto een stuk complexer is dan wanneer je wel een vierwieler voor je deur hebt staan, zal iedereen beamen. Dan hebben we het niet over milieuvriendelijkheid, je laptop kunnen uitklappen of die heerlijke snacks die je op het station kunt verorberen, maar over tijdsefficiency. Als je rolstoelgebonden bent, mag je deze toch al niet onbelangrijke factor vermenigvuldigen met honderd.

Mijn auto staat sinds ruim twee dagen bij de garage. Normaal ben ik hem een dag kwijt voor een grote beurt, maar deze keer moest ook de distributieriem worden vervangen. Dit zou de garage twee hele dagen kosten, vertelde de planner mij een maand geleden aan de telefoon. En dus liet ik mijn auto dinsdagmiddag naar de garage brengen, met de afspraak dat hij donderdag aan het einde van de dag klaar zou zijn.

De reis van mijn werk naar huis, waar ik normaal zo'n anderhalf uur over doe, kostte me bijna twee-en-een-half uur. De intercity bleek niet rolstoeltoegankelijk, de aansluiting sloot niet aan en van Amsterdam CS is nog twintig minuten naar mijn huis. Bovendien regende het en had ik geen jas bij me. Brak was ik. Zo'n werkdag nooit weer.

En dus werkte ik gisteren thuis. Vandaag nam ik vrij; kon ik me mooi even voorbereiden op een lang weekend Maastricht. Tot vandaag 16.15 uur, toen de telefoon ging. "Ik heb slecht nieuws," viel de monteur maar gelijk met de deur in huis, "we gaan het niet redden met uw auto."
"Maar ik heb hem morgenochtend om acht uur nodig. Ik ga een lang weekend naar Maastricht."
"Sorry, dit is overmacht, ik krijg net pas het onderdeel voor de distributieriem binnen."

  1. Al vier weken weet de garage dat dit onderdeel nodig is;
  2. De garage verstrekt geen rolstoelaangepaste leenauto's;
  3. Ik heb mijn auto een halve dag eerder gebracht dan afgesproken;
  4. Een aangepaste auto huren op deze termijn zou lastig kunnen worden;
  5. Ze bellen me pas anderhalf uur voor sluitingstijd, terwijl ik vanmorgen nog heb gebeld om te vragen hoe laat mijn hulp de auto zou kunnen ophalen;
  6. Afspraak = afspraak.

"Ik kan niet zonder, dus zult u voor een oplossing moeten zorgen."
"Nou, ik weet niet of dat lukt mevrouw, maar ik bel u straks even terug. In het ergste geval werken we er mogenochtend een uurtje aan verder."

Ik merk hoe frustrerend ik het vind om afhankelijk te zijn van zo'n mannetje. Het liefst zou ik boos worden en roepen dat ze dan maar doorwerken tot mijn auto klaar is, maar als je iets gedaan wilt krijgen, word je niet boos. Dan blijf je vriendelijk in de hoop dat ze iets harder voor je lopen. Maar duidelijk zijn mag wel: ik heb de auto nodig, dus jullie zorgen voor een oplossing.

Ze kunnen bijvoorbeeld een huurauto voor me betalen. Ik bel alvast de twee Amsterdamse autoverhuurbedrijven met een rolstoeltoegankelijke auto in het assortiment. De een heeft de auto niet meer ("liep niet"), de ander heeft er pas zaterdag een tot zijn beschikking. Ik zie mezelf niet weer treinen, zeker niet met een matras, acculader en een tas vol medicatie.

Een uur later belt dezelfde monteur weer. "Ik heb goed nieuws. U kunt de auto nu laten ophalen. Het moet wel snel, want we sluiten over een half uur." Ik roep m'n hulp bij haar handwas vandaan: "Lot, werk aan de winkel!"

19 mei 2009

Donkerblond en hoogopgeleid

Een mooie dag in april. De telefoon gaat. Aan de andere kant van de lijn zit een arbeidsdeskundige van een sociale werkvoorziening. Het bureau begeleidt moeilijk bemiddelbaren met een arbeidsbeperking naar werk. Via via is de arbeidsdeskundige ter oren gekomen dat Achmea werknemers met een arbeidshandicap aanneemt. Komt dat even goed uit: meneer heeft er nog wel een paar dozijn goedkope krachten in zijn kaartenbak!

Razendsnel surf ik naar zijn website, waar mijn vermoeden wordt bevestigd: het bureau detacheert in de sectoren Groen, Bouw en Industrie.
“Ik ben voornamelijk op zoek naar pasafgestudeerden aan HBO en universiteit. Economen, IT’ers, juristen. Hebt u die ook in uw bestand?”
“Ik weet natuurlijk niet wat voor projecten u nog meer onder uw hoede heeft,” antwoordt hij, “maar ik lees hier toch écht dat Achmea arbeidsgehandicapten aanneemt en dat Hann van Schendel hierover gaat.”
“Dat klopt,” zeg ik geduldig, “maar ik zoek dus hoogopgeleide arbeidsgehandicapten.” Dit is al het vierde bedrijf dat ik deze maand moet teleurstellen - of eigenlijk stellen zij mij meer teleur.

De beeldvorming van mensen met een arbeidsbeperking laat duidelijk te wensen over. Bij de term ‘Wajongers’ denkt men in eerste instantie aan verstandelijk gehandicapten en mensen met ernstige gedragsproblemen. Dit is op zich niet vreemd, want van alle Wajongers heeft 40 procent een verstandelijke beperking, 40 procent een psychische beperking en 18 procent een lichamelijke beperking. In mijn project richt ik mij - tegen alle conventies in - op die 18 procent. Niet omdat verstandelijk gehandicapten of mensen met een psychische beperking niet bij Achmea kunnen werken, maar omdat dat al gebeurt. Sinds jaar en dag biedt Achmea werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder veel Wajongers. Group Facility Services heeft namelijk op elke kernlocatie een contract met de sociale werkvoorziening voor het groenonderhoud en ander laaggeschoold werk.

Maar hoeveel topaccountants rijden er eigenlijk rond op onze locaties? En hoeveel doven zitten er in onze managementteams? Barweinig, weet ik, en dus is er werk aan de winkel.

Sommige collega’s denken hier anders over. Laatst nog werd ik gebeld door een HR Adviseur.
“Hoeveel mensen met een functiebeperking werken er eigenlijk al bij Achmea, is daar iets over bekend?”
“Dat weet ik niet precies,” antwoord ik, “er wordt namelijk niet geregistreerd of iemand een arbeidshandicap heeft.”
“Nou, volgens mij hebben we er genoeg, hoor,” denkt de HR Adviseur. Ze vertelt dat ze er laatst nog één zag rondracen in Zeist.
“Dat was ik, dan, denk ik.”
“Zit jij dan in een rólstoel?” Er klinkt ongeloof door in haar stem. Ik antwoord bevestigend.
“En ben jij toevallig blond?”
“Donkerblond.” Én hoogopgeleid. Straks ben ik geen uitzondering meer, wacht maar af...

Deze column verscheen op 19 mei in de HR Nieuwsflits van Achmea

18 mei 2009

Loesje

Hoewel ik mezelf altijd heb gezien als een creatief mens, liep ik er laatst op mijn werk tegenaan dat ik er maar niet bij kwam, bij die creativiteit. Ergens moest het zitten, want ik voelde het borrelen in mijn buik. En ik wilde ermee betoveren, verrassen, tot nieuwe dingen komen.

Wat doet een mens als hij zijn eigen creativiteit wil aanboren? Inspiratie opdoen! En dus ging ik naar collega G., die bekend staat om zijn kennis van het Enneagram. Volgens mijn leidinggevende was G. de aangewezen persoon om mij mijn eigen bronnen van creativiteit te doen aanboren.

We hadden een goed gesprek. Over ego, over carrière maken en de kunst om even uit je eigen verhaal te stappen. G. en ik verstonden elkaar.
"Hoe kom ik bij mijn authentieke creativiteit?" vroeg ik hem.
"Geen idee."
Na wat filosoferen over wat creativiteit eigenlijk is, raadde G. mij aan om vooral lekker aan het associëren te slaan.
"Soms is het veel makkelijker dan je denkt, leg de lat niet te hoog," was zijn advies.

Een dag later zat er een e-mail van G. in mijn mailbox, met bijlage. Die bevatte een schrijfhandleiding van Loesje, met tips over het bedenken van pakkende teksten. Vanochtend besloot ik me er maar eens aan te wagen. Omdraaiing, associatie en overdrijving brachten mij een nieuwe manier om naar de wereld te kijken. Verrassend, fris. Betoverend!

Meer weten over Loesje? Kijk dan op haar website.